Er was een tijd in de jaren veertig toen de computertechnologie opkwam, waarin sommigen de vraag zo groot zagen dat de wereld bedekt zou zijn met enorme rekken vol vacuümbuizen. Buizen waren zo gevoelig voor storingen dat de overtuiging bestond dat er een wereldwijde schaarste aan zou komen (en de overheid ingreep om de vraag en aanbod te beheersen) en computers zo groot zouden zijn dat bedrijven ingenieurs in rolschaatsen inhuurden die rond de computer raceten om buizen te vervangen.